Wij zouden die avond bezoek krijgen. Ik had boodschappen gedaan, wat te drinken gehaald en iets lekkers voor bij de koffie. Nadat ik terug was, ruimde ik alles op. De drank kon direct in de koelkast en het lekkers voor bij de koffie, in de voorraadkast. Onze zoon keek met belangstelling toe. “Mag ik een koekje?” vroeg hij, nadat ik alles had opgeruimd. “Nee jongen, die koekjes zijn voor vanavond!” Mijn zoon keek me teleurgesteld aan, maar zei niets. Niet veel later kwam de buurman binnen. Ze hadden een logeerhond en die had hen buitengesloten door een welgemikte sprong op de onderste deurknip van de achterdeur. Aangezien ze verder geen ramen en deuren open hadden staan, vroeg hij of ik hem wilde helpen. Ik nam wat gereedschap en drukte mijn zoon op het hart dat hij van de koekjes af moest blijven en dat hij ’s avonds ook een koekje zou krijgen. Toen ik een half uurtje later terugkwam, had hij inderdaad niet aan de koekjes gezeten. Ik zette de waterkoker aan en vroeg hem of hij ook een kopje thee wilde. Daar moest hij wel om lachen. Ik zette twee kopjes klaar. Ondertussen liep hij naar de kast en kwam met de koekjes aanzetten. “Jij hebt een enorme trek in een koekje? Die heb je wel verdiend!” zei hij. Ik moest glimlachen, want inderdaad, ik had trek in een kopje thee met een koekje. “Wil jij dan ook een koekje bij de thee?” Dit was onze zoon ten voeten uit. Zo gaf hij ooit eens zijn favoriete speelgoed gewoon weg aan de buurjongen omdat de buurjongen speelgoed had waar hij ook wel mee wilde spelen. Het was niet een kwestie van ruilen, nee, zelfs voordat de buurjongen hem vroeg of hij met zijn speelgoed wilde spelen, was dat oké. Wij hebben geen kinderen die direct iets terugverwachten. Wij hebben geen kinderen die de koektrommel plunderen als je even niet kijkt. Ook later, toen ze ouder waren en aan sport deden, was een verloren wedstrijd niet direct een drama. Bij het sporten, het spelen van spelletjes Uno, je kon winnen, maar je kon ook verliezen. Onze twee jongste kinderen hebben op redelijk hoog niveau gesport en met name onze middelste was best prestatiegericht. Toch was het verliezen van een wedstrijd, iets wat er bij hoorde, op weg naar iets anders. Een direct, tastbaar resultaat, was niet noodzakelijk. Was dit nu gewoon de aard van het beestje of zat hier meer achter? Hier moest ik aan denken nadat ik het artikel had gelezen. Hebben wij al die zeven dingen gedaan of, laat ik het anders formuleren, dit allemaal bewust gedaan? Wij spraken veel met onze kinderen, over wat er gebeurde, over emoties en als ik of mijn vrouw ergens onze excuses voor moesten maken, dan boden wij onze excuses aan. Dat stilte goud waard is, zoals zo mooi staat in het artikel, is absoluut waar. Ik moet beseffen dat ik deze techniek, zo noem ik het, echt heel veel heb geoefend en beroepsmatig ook toegepast, maar mijn vrouw kan dit echt veel beter. Laat ik dat duidelijk zeggen. De grote, maar ook de kleine zorgen namen wij serieus. Zorgen, hoe groot of klein ze ook zijn, zijn zorgen. Tegen je kind zeggen: “Maak je maar niet druk, daar ben je nog te klein voor” is niet echt oké. Voor je kind zijn het echte zorgen, praat erover. Hadden wij dan overal pasklare antwoorden op? Nee, absoluut niet. Er is veel waar wij, laat ik bij mezelf blijven, ik geen antwoord op had. Dat wilde ik wel, maar het is een feit dat dit niet altijd het geval was. Dan dat laatste, is ook weer zoiets, je gewoon mogen vervelen. Of dat nu een kwestie van toestaan was, dat denk ik niet, maar onze kinderen hebben zich zeker wel eens verveeld. Bij het opruimen van de kamer van onze oudste zoon, bijvoorbeeld, kwam ik oude schoolschriftjes tegen, met heel veel leuke, grappige pentekeningetjes. Je zou kunnen zeggen dat hij zijn creativiteit heeft geoefend of zich in de klas gewoon stierlijk verveeld heeft. Uiteindelijk is hij, als gamedesigner, niet echt slechter geworden van al die pentekeningen. Je zou kunnen stellen dat hij z’n creativiteit geoefend heeft, maar of wij dat recht op verveling nu bewust hebben gestimuleerd?

Geef een reactie