Geesje geeft ons, in de eerste week van de maand, een woord waarover een stukje wordt geschreven in precies 101 woorden, het gegeven woord mag niet genoemd worden. Het woord voor de maand April is, niet zeggen, ‘geluk’.
Terwijl hij op de oude schommel in de tuin zat, keek Bert naar zijn kleinkinderen die joelend rondrenden. Hun lach vulde deze lenteochtend met een warmte die dieper ging dan de zonnestralen op zijn gezicht. Zijn dochter schonk hem thee en glimlachte zoals ze dat als kind had gedaan. Hij voelde de kleine hand van zijn jongste kleinzoon in de zijne, plakkerig van snoep. Het leven had hem tegenslag gebracht, maar hier, onder de bloeiende appelboom, wist hij dat niets kostbaarders zou zijn dan dit: de onvoorwaardelijke liefde, de levendigheid, de herinneringen die hij in zijn hart sloot als tijdloze schatten.

Geef een reactie