Het was al weer een maand geleden, wat vliegt de tijd. De laatste keer schreef ik dat er veel was gebeurd, maar dat is nu wel haast een understatement. De wereld, zoals ik die dacht te kennen, valt welhaast in duigen. Ik dacht, toch maar een leuke opdracht, zeker op Koningsdag. De opdracht aan mij was, om drie willekeurige woorden uit het woordenboek te kiezen en daar een verhaal van te maken. Aan iedereen die het leuk vind om mee te doen, probeer met de drie woorden een, leuk, verhaaltje te maken.
Dit zijn de woorden voor deze maand:
Kaas
Bridge
Nijlpaard
Londen lag onder een dikke, klevende mist die de lantaarnpalen in diffuse halo’s hulde. Detective Arthur Whithmore zat in zijn krappe kantoor aan Bakerstreet, zijn vingers licht gekleurd door de kruimels van een broodje oude Cheddar. Hij liet zich het scherpe aroma van de kaas welgevallen, tot zijn gedachten begonnen af te dwalen—naar een vermissingszaak die hem al dagen bezighield.
Een dwingende klop op de deur rukte hem uit zijn mijmeringen. Nog voor hij kon antwoorden, stormde Lady Eleanor, de imposante directeur van het British Museum, naar binnen. Haar ogen flitsten van paniek.
“Detective, u moet me helpen!” Haar stem sneed door de stilte. “Mijn gouden nijlpaardbeeld—het is verdwenen!”
Arthur kantelde zijn hoofd, zijn met een scherpe blik keek hij haar aan, “Een gouden nijlpaard, zegt u?” Hij zette zijn thee neer en vouwde zijn handen. “Sporen van inbraak?”
Lady Eleanor schudde haar hoofd fel. “Geen enkele. De bewakers zagen niets.” “Het alarm?” “Niet afgegaan. Het is alsof het beeld in de lucht is opgelost.”
Het museum baadde in het spookachtige schijnsel van de nachtverlichting. Arthur bewoog traag door de tentoonstellingsruimte, zijn ogen scherend over de lege vitrinekast. Een detail trok zijn aandacht—een klein, nauwelijks zichtbaar stukje kaas lag op de marmeren vloer. Hij hurkte en raakte het voorzichtig aan.
“Yorkshire Blue…” mompelde hij. “Wat eigenaardig. Wie laat zoiets achter op een plaats delict?”
De jacht leidde hem naar de kade bij Tower Bridge, waar de mist de contouren van de stad vervaagde. Daar, gehuld in de schaduw, stond een figuur met brede schouders en een nonchalante houding: Vincent “The Hippo” Holloway, een naam die fluisterend werd uitgesproken in de onderwereld.
“Ah, detective Whithmore,” zei Holloway, een grijns rakend aan minachting. “Je bent slimmer dan ik dacht.”
Arthur, moest even glimlachen, maar hield zijn blik strak. “Geef het gouden nijlpaard terug, Holloway.”
De smokkelaar haalde een doos uit zijn jas. Maar net toen hij een stap achteruit wilde zetten, gleed zijn voet weg over een plas van gesmolten kaas, Zijn val was een ironisch einde voor een meestercrimineel die dacht dat hij het perfecte plan had gerijpt, maar uiteindelijk bezweek onder zijn eigen smeltende strategie.

Laat een reactie achter bij Matroos BeekReactie annuleren