Er was eens, in een land hier niet heel ver vandaan, genaamd Prosperia, een loodgieter. Hij leidde een eenvoudig leven, maar hij was tevreden met wat hij had, totdat het noodlot toesloeg. De oogsten mislukten, de werkloosheid steeg, en mensen raakten in diepe armoede. Zoals velen in Prosperia, verloor ook de loodgieter zijn werk en raakte wanhopig.
Op een dag verscheen er een charismatische vreemdeling in het land. Hij droeg een kleurrijke mantel en noemde zichzelf Ben F. Karmetole. Hij snapte onze teleurstellingen, onze boosheid en beloofde de mensen gouden bergen: werk voor iedereen, overvloedige oogsten en rijkdom voor de oorspronkelijke inwoners. Hij wist ook wat er mis was en dat kwam, volgens hem, door mensen die van buiten Prosperia kwamen. Zij waren het probleem, er moest een muur rondom Prosperia gebouwd worden.
Vertwijfeld en verlangend naar verbetering, geloofde de loodgieter zijn woorden. Samen met vele anderen volgde hij de man naar het grote plein van de stad, waar de zijn plannen ontvouwde. Hij sprak met zoveel overtuiging en passie dat iedereen geloofden dat hij werkelijk hun redder was. Ze gaven hem hun laatste bezittingen in ruil voor zijn beloften en begonnen zijn opdrachten zonder vragen uit te voeren.
Terwijl de loodgieter naar zijn woorden luisterde, voelde hij hoop. De loodgieter herinnerde zich de betere tijden, toen de velden vol stonden met graan en de dorpen vol leven waren. Maar die herinneringen werden nu overschaduwd door de harde realiteit van lege voorraadkasten en kinderen die met hongerige ogen naar hun ouders keken. De kou van de aankomende winter sloop hun huis binnen, maar alles zou goed komen. De man riep dat het goed zou komen, ze moesten alleen wat meer geduld hebben. Er was iemand die naar hen luisterde, die hen begreep.
Al snel bleek dat hij zijn beloften niet waar kon maken. De oogsten bleven mislukken, de werkloosheid nam niet af, terwijl er ook werk was dat niet meer gedaan werd omdat dit werk door buitenlanders werd gedaan. De armoede werd alleen maar erger. De mensen die hem gevolgd hadden, verloren nog meer dan ze al hadden. Op een nacht verdween KarmetoleBen spoorloos, terwijl wij achterbleven met gebroken dromen en lege handen.
Niet iedereen in Prosperia geloofde de mooie woorden van Ben F. Karmetole. Een groepje ouderen had de man vanaf het begin gewantrouwd. Ze hadden vaker in situaties verkeerd met mensen die veel beloofde, maar weinig deden. Zij besloten samen te werken en de waarheid over deze man aan het licht te brengen. Ze onderzochten zijn verleden, spraken met mensen uit andere landen en verzamelden, stukje bij beetje, bewijs van zijn bedrog. Hij was telkens alleen maar bezig met zich zelf, bezig om er zelf beter van te worden.
Op een dag verzamelden de ouderen alle inwoners op het plein. Ze vertelden ons de waarheid over Karmetole en lieten het bewijs van zijn leugens zien. Langzaam begonnen we te begrijpen dat we misleid waren. De ouderen brachten ons bijeen en we begonnen samen aan de wederopbouw van het koninkrijk, zonder loze beloften, zonder luchtkastelen, maar met harde arbeid en eerlijkheid.
Langzaam maar zeker begon Prosperia weer te bloeien. De velden werden opnieuw vruchtbaar, werkgelegenheid nam toe en we vonden ons geluk terug. We hadden geleerd dat er geen snelle oplossingen waren voor onze problemen en dat we samen sterker stonden.
En zo leefden we in Prosperia nog lang en gelukkig. De legende van de Loze Beloftenmaker, zoals het verhaal was gaan heten, werd doorgegeven van generatie op generatie, als een waarschuwing voor hen die te mooie beloften maken. De loodgieter

Geef een reactie