Vrijwilligerswerk

Vandaag, iets meer dan een jaar geleden, schreef ik – in reactie op dezelfde vraag – een verhaal over mijn curriculum vitae, over al mijn betaalde banen. Ik heb mijn werk altijd beschouwd als een strikt noodzakelijke activiteit; het was niet vervelend, maar zeker ook niet altijd leuk. Soms gaf mijn werk me energie, soms putte het me enorm uit en heel soms raakte ik er volledig uitgeput.

Al vanaf jonge leeftijd ben ik actief als vrijwilliger geweest, simpelweg omdat ik het leuk vond, omdat het me energie gaf en omdat ik het belangrijk vond om bij te dragen. Ik was net 16 toen ik me aanmeldde bij het Vakantiespel. In mijn woonplaats organiseerde de gemeente destijds, gedurende drie weken op diverse locaties – meestal in scholen – activiteiten voor kinderen. Tegelijkertijd volgde ik mijn eerste trainerscursus en mocht ik als assistent-trainer mijn eerste volleybalteam trainen. Bij het Vakantiespel was ik daarna bijna 20 jaar actief: de eerste jaren als teamlid, later als leidinggevende van een wijkteam en bovendien als lid van het team dat jaarlijks het Bouwdorp organiseerde – een week waarin kinderen met pallets en afvalhout een heel dorp bouwden dat aan het eind van de week door de brandweer in brand werd gestoken. Als volleybaltrainer was ik bijna 35 jaar actief en heb ik jeugdteams tot en met seniorenteams getraind en gecoacht – of het nu om jongen- of meisjesteams, dames- of herenteams ging. In totaal speelde ik als trainer-coach 16 keer in de finaleronde van het Nederlands kampioenschap en werd ik ongeveer 30 keer regiokampioen met een team. Ik was 22 jaar oud toen ik voor het eerst contact kreeg met een Britse leraar lichamelijke opvoeding, die met zijn schoolvolleybalteam kampioen van Engeland was geworden en op zoek was naar Europese jeugdteams en toernooien om oefenwedstrijden te spelen. Na dit eerste contact organiseerde ik jarenlang voor die school hun Europese tour, waarbij ik contacten legde met toernooiorganisaties en jaarlijks in mijn woonplaats een meerdaags toernooi opzet, waarin zij ook tegen mijn teams speelde. Sommige van die spelers belandden in het nationale team en speelden op de Olympische Spelen in Londen. Hoewel wij beiden niet meer actief zijn in het volleybal, hebben wij contact gehouden.

Naast de clubteams heb ik ook representatieve teams getraind en gecoacht. In het verlengde van deze activiteiten was ik lid van diverse commissies, zoals de clubbladcommissie, de technische commissie en de evenementencommissie. Op regionaal niveau was ik lid van de Regio Sectie Ontwikkeling van de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo) en van de landelijke werkgroep Mini-Volleybal. Omdat ik wel tijd overhad, was ik ruim 16 jaar lid van de redactie van Volley Techno, het vakblad voor volleybaltrainers in Nederland en België, en verzorgde ik voor de Nevobo workshops, clinics en trainerscursussen. Nog voordat mijn eigen boek Sport, niet altijd leuk! uitkwam, heb ik meegewerkt aan een handleiding voor startende volleybaltrainers en een reader over het schrijven van beleid voor sportverenigingen.

Net als voor mijn reguliere werkzaamheden volgde ik ook voor al deze activiteiten cursussen en opleidingen. Het begon allemaal met de Algemene Basis Opleiding Sport en Bewegen (ABO-cursus). Deze werd gevolgd door een aantal trainerscursussen bij de Nevobo, de cursus Recreatie Sportleider A, een opleiding Sportmassage en de opleiding Neurotrainer bij het Instituut Toegepaste Neurowetenschappen. Later heb ik ook een cursus Sportpsychologie en Coaching gevolgd. Net als bij mijn beroepsopleiding gold voor veel van deze cursussen dat ik bijscholingen moest volgen om mijn licentie te behouden.

Na het volleybal volgde het voetbal. Onze jongste zoon was, net als ik en onze twee oudste kinderen, aanvankelijk met volleybal begonnen, maar via tennis raakte hij al snel betrokken bij de sport waar zijn hart lag: voetbal. Hij heeft een uitzonderlijk goed balgevoel en bleek, hoewel hij eerst als veldspeler begon, ook als keeper zeer talentvol te zijn. In groep 8 werd hij tijdens de Frans Hoek Keepersdagen derde van Nederland en bij De Beste 10 was hij de enige keeper die niet trainde bij een betaald voetbalclub. Nadat hij op advies overgestapt was naar een vereniging waar de jeugd op een hoger niveau speelde, kreeg ik als ouder een intakegesprek met de vraag: “Leuk dat uw zoon bij ons komt voetballen, maar wat gaat u voor de club doen?”

De keuze was snel gemaakt. Omdat ik weinig van voetbal wist, werd ik in de clubbladcommissie geplaatst. Maar waar schrijf je over als je weinig kennis hebt van de sport? Ik begon verhaaltjes te schrijven onder de titel Een volleybaltrainer in Wonderland – verhalen over een volleybaltrainer die met verbazing wekelijks de voetbalvelden observeerde. Ik schreef over de manier waarop er getraind werd, hoe teams werden gecoacht en hoe ouders zich langs de zijlijn gedroegen. Niet veel later werd mij gevraagd voorzitter te worden van de Commissie Voetbal, oftewel de technische commissie. Toen ik aangaf dat je daarvoor toch wel verstand van voetbal nodig hebt, kreeg ik te horen: “Als je de commissie voorzit met dezelfde verbazing als waarmee je die stukjes schrijft, komt het helemaal goed.”

Ik voelde me een soort Toon Gebrands op een wat lager niveau. Ongeveer tegelijkertijd, omdat er geen andere enthousiaste ouder beschikbaar was, werd ik gevraagd elftalleider te worden van het team van onze zoon, die toen als brugklasser in de C1 zat. Die rol van elftalleider kennen wij in het volleybal niet, dus moest ik even navragen wat de functie precies inhield. Het bleken allerlei randzaken rondom het elftal te zijn – zaken die ik als volleybaltrainer gewoon zelf regelde, zoals het vervoer naar uitwedstrijden, de bardiensten en het organiseren van leuke activiteiten voor het team naast het voetbal. Ik heb dit vijf jaar met veel plezier gedaan, wat uiteindelijk culmineerde in een bijzondere reis naar Albanië, waarbij wij onder andere meededen aan een toernooi in Tirana. Over deze reis schreef ik al eerder. Onze jongste zoon debuteerde al op 15-jarige leeftijd in het eerste seniorenelftal van de vereniging. Kort daarna werd hij door een andere vereniging benaderd, waar het eerste elftal op een hoger niveau speelde, zodat hij daar in het eerste elftal terechtkwam. Ook bij deze vereniging was het gebruikelijk dat ouders een bijdrage leverden voor de club. Ik ben er jeugdvoorzitter geweest en, vanuit die rol, ook lid van het hoofdbestuur. Tevens was ik drie jaar lid van de toernooicommissie. Wij wilden een internationaal jeugdtoernooi organiseren, een bijzonder leuke uitdaging waarbij ik voor het eerst samen met mijn jongste zoon, die net als bewegingsagoog was afgestudeerd, in een commissie zat.

Was dat alles? Nee, niet helemaal. Ik ben bovendien enkele jaren lid geweest van de medezeggenschapsraad van een middelbare school en tot slot heb ik meegewerkt aan het schrijven van het verkiezingsprogramma van een politieke partij.

Soms wordt mij eens gevraagd of ik niet een enorm drukke agenda heb – oftewel: hoe ik dit allemaal toch weet te combineren. Het antwoord is simpel: ik heb altijd geprobeerd de verschillende activiteiten met elkaar te verbinden. Zo ben ik al meer dan 25 jaar werkzaam als arbeidsomstandighedenadviseur en heb ik Hogere Veiligheidskunde gestudeerd. Dit heeft mij enorm geholpen in mijn rol in de toernooicommissie bij de voetbalclub: ik schreef het veiligheidsplan, verzorgde de vergunningen en onderhield de contacten met de hulpdiensten. Voor de volleybalclub heb ik eens een Ri&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) uitgevoerd. Doordat ik een opleiding heb gevolgd om trainerscursussen te verzorgen en zelf ook cursussen gaf, heb ik ervaring opgedaan in het geven van toolboxmeetings en instructiebijeenkomsten in mijn reguliere werk. Hoewel het schrijven van een boek of artikelen voor een magazine iets totaal anders is, helpt deze ervaring mij dan ook enorm bij het opstellen van beleidsstukken. Het managen van een elftal en het organiseren van een internationaal toernooi zijn ervaringen die ontzettend van pas komen bij projectmanagement.

8 responses to “Vrijwilligerswerk”

  1. Super leuk om te lezen wat je allemaal gedaan hebt! En mensen zoals jij zijn zo waardevol voor een club 🤩.

    1. Dank je Deborah! Het is ook een beetje waar je mee opgevoed bent. Het was heel normaal om iets te doen naast je werk.

  2. Wat heb je veel gedaan, Bert. Ik lees dit met bewondering. Gelukkig had je een duidelijke rode draad in je werk en vrijwilligerswerk — zo kon je niet alleen veel doen, maar ook echt van betekenis zijn als specialist in je vak. Knap hoor!

    1. Dank je Bea! Er is inderdaad sprake van een rode draad, daar komt ook bij dat ik niet alle activiteiten naast elkaar heb uitgevoerd, maar vaak achter elkaar. Er is ook wel sprake van een carriereplanning, als het gaat om het vrijwilligerswerk. Er zit ook een opbouw in.

  3. Goed bezig

    1. Dat hoop ik ook 😉

  4. Een lange lijst van je bezigheden, doen we je niet na. Goed gedaan!

    1. Valt wel mee hoor, ik deed niet alles tegelijkertijd. Het hield me ook van de straat 😉

Laat een reactie achter bij ymarleenReactie annuleren

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder