Zodra ik mijn hoofd op het kussen leg, begint het. Eerst zacht, als een brommende koelkast in de verte. Daarna harder zwelt het aan, chaotisch en rauw. Mijn vrouw rolt met haar ogen, geeft mij een por, de hond vlucht onder het bed. Ik droom van motoren, kettingzagen, van walvissen die communiceren in diepe tonen. Soms word ik wakker van mijn eigen lawaai, soms van dat van mijn vrouw. Ik draai me om, houd mijn adem in, hoop op stilte. Maar het keert terug, het stopt echt nooit. In de ochtend zegt niemand iets. Alleen de hond kijkt ons verwijtend aan.

Andermaal een leuke schrijfuitdaging van Geesje, ditmaal een weinig fictief verhaaltje van andermaal 101 woorden.
Laat een reactie achter bij wzijlstra10Reactie annuleren