Donderdagavond bezochten wij de voorstelling Zachtop lachen in de Deventer Schouwburg. Het was de eerste keer dat wij deze schouwburg bezochten. Best bijzonder, bedenk ik me nu, aangezien ik een aantal jaren pal naast deze schouwburg de opleiding tot verpleegkundige heb gevolgd en drama zelfs onderdeel was van mijn vakkenpakket. Ik schrijf niet vaak recensies, maar nu maak ik een uitzondering.
Een half uur voor aanvang van de voorstelling kwamen wij met de trein aan in Deventer. Vanaf het station is het nog geen twee minuten lopen naar de schouwburg. Binnen was het al gezellig druk. We werden welkom geheten door een gastvrouw. Ik had een borrelplank gereserveerd voor na de voorstelling, omdat ik het leuk vind om na een voorstelling of film na te praten. “U kunt uw voucher inleveren bij de bar.” Na afloop zouden ze de borrelplank voor ons klaarzetten op een, voor ons, gereserveerde tafel.
Volgens ons kaartje moesten we de Grote Zaal via de ingang op de eerste verdieping betreden, waar ook de QR-code gecontroleerd zou worden. Diverse mensen zaten boven al te wachten tot de deur openging. Dat liep even mis, de deur zat zicht. Twee minuten voor aanvang kwam iemand uit de zaal naar buiten om iedereen te vertellen dat de voorstelling bijna begon. Niemand controleerde ons kaartje en achteraf bleek dat we ook via de ingang op de begane grond naar onze plaatsen hadden kunnen gaan.
Toen we de trap afliepen naar onze stoelen, zat er op het podium een jonge vrouw te breien. Het decor was vrij sober: een halfronde bank met een hoge rugleuning en een breed tapijt ervoor. Plots verdween de breiende vrouw uit beeld, dimde het licht en verscheen een jonge, wat hysterische vrouw die riep dat er iemand voor de trein was gesprongen. Of had ze het zich ingebeeld? Ze wist het niet meer.
Zacht op lachen volgt daarna de therapiesessie van deze jonge vrouw en haar therapeut. Langzaam krijg je steeds meer zicht op haar probleem: een vrouw die de straat amper nog op durft te gaan en, hoewel ze allang geen 18 meer is, nog steeds worstelt met de angst dat er van alles kan misgaan, daardoor ook nooit haar rijbewijs heeft gehaald. Je kunt een ongeluk krijgen; je kunt er zomaar niet meer zijn. Haar wereld is klein. De therapeut, gespeeld door Kees Hulst, vond ik in het begin wat kil. De standaardvragen—‘Wat voel je nu?’, ‘Kun je hier iets meer over vertellen?’, ‘Wat gebeurt er nu met je?’—werden me na verloop van tijd te veel. Kon hij niet iets anders zeggen? De therapeut had echter engelengeduld. Na de voorstelling begreep ik van mijn vrouw, die exact dit werk doet, dat het in de praktijk ook zo gaat. Het stellen van open vragen, het herhalen van de vraag. Het hoort erbij, het heeft een functie.
Even een spoiler: ik kon af en toe lachen om de cynische humor van de jonge vrouw, die ondanks alles wat ze had meegemaakt soms echt grappig was. Mijn vrouw vond het vooral zwaar. Eerlijk gezegd: het stuk heeft meerdere lagen. Zachtop lachen schetst het verhaal van een jonge vrouw die op de middelbare school bij een noodlottig ongeluk haar beste vriendin verliest. De onderliggende laag heeft te maken met haar Indische afkomst; een cultuur waarin kennelijk weinig over gevoelens wordt gesproken. Aan het eind van de voorstelling komen alle lijnen samen en blijkt ook de therapeut een geheim te hebben. “Heb jij geen geheimpje?” had de jonge vrouw aan het begin van de voorstelling nog aan haar therapeut gevraagd.
Toen we na de voorstelling de zaal uitliepen, stond er voor alle bezoekers een drankje klaar en voor ons, op een gereserveerde tafel, een uitgebreide borrelplank. Veel mensen hadden behoefte om na te praten. De voorstelling een plek te geven. Het was een voorstelling die raakt, die ondanks het sobere decor, een bijna werkelijk bestaand beeld wist neer te zetten.
Ik vroeg me af of dit een ‘leuke’ voorstelling was. Terwijl we genoten van een drankje, concludeerden we dat het geen ‘leuke’ voorstelling was, maar wel een erg mooie, met drie uitstekende acteurs, waarvan er een, weliswaar enorm weinig tekst had, maar voor het verhaal wel enorm belangrijk bleek, maar dat moet je vooral zelf gaan zien.

Geef een reactie