Als ik iets heb geleerd op de middelbare school, dan was het wel keihard fietsen. Mijn middelbare schooltijd was niet een periode waar ik graag op terugkijk; misschien was ik te serieus, te veel een nerd. Misschien sprak ik, omdat ik uit de Randstad kwam, anders dan de rest van de klas, misschien wel van de hele school. Misschien was het hoe ik eruitzag, wie ik was. Geef het een reden. Na schooltijd werd ik regelmatig in elkaar geslagen in het fietsenhok, of ze wachtten me ergens onderweg op. Het van mijn bagagedrager trappen van mijn schooltas, met daarin de door mijn moeder verplichte thermosfles, begon ik bijna normaal te vinden.
Ik leerde de stad kennen via kleine straatjes en sluiproutes, alleen maar om zonder schade thuis te komen. Keihard fietsen om, als ze me gevonden hadden, weg te kunnen komen. Wat ik óók heb geleerd op de middelbare school, ontdekte ik pas decennia later: ik heb me waarschijnlijk zo goed schuilgehouden dat ik op geen enkele klassenfoto te vinden ben. Mijn naam stond wel regelmatig groot op het schoolbord, voorzien van allerlei creatieve toevoegingen. Ik werd gepest.
Was het dan allemaal kommer en kwel? Nee. Door alles wat ik meemaakte, heb ik leren vechten, soms letterlijk. Ik heb geleerd om voor mezelf op te komen. Ik zocht een vriendengroep buiten school en vond die bij de volleybalclub. Juist deze vrienden, en het volleybal zelf, hebben me later enorm veel gebracht. De volleybalclub voelde voor mij altijd als een veilige omgeving.
Des te groter was de schok, noem het naïef, toen ik hoorde dat dit niet voor iedereen zo was. Ik was getrouwd, inmiddels vader van drie kinderen, toen op een avond een moeder mij belde. Ze vertelde dat volgens haar een jongentje uit het team van haar zoon door kinderen uit zijn team werd gepest. Mijn veilige plek bleek voor een ander een hel, en hij durfde dat niet eens te zeggen. Dit jongentje deed er alles aan om de schijn op te houden. Hij fietste niet hard of om, zoals ik vroeger; hij zorgde dat hij elke training ruim van tevoren van huis vertrok en bleef na afloop zo lang mogelijk in de sporthal, in de hoop dat zijn belagers al naar huis waren. Zijn ouders, zo bleek, hadden dit niet in de gaten. Dit jongetje wilde niet dat zijn ouders hierachter zouden komen.
Deze ervaring leidde tot verschillende gesprekken en uiteindelijk tot een boek: Sport, niet altijd leuk!
Als ik iets heb geleerd op de middelbare school, dan is het wel om hoop te houden. Hoop dat ik altijd harder kon fietsen dan de anderen. Hoop dat het volgende schooljaar beter zou worden. Hoop dat de wereld er de volgende dag mooier uit zou zien. Als er geen hoop meer is, als alles uitzichtloos is, ben je pas echt gevangen.

Geef een reactie