“Goedemorgen. Ik wilde graag tweehonderd gulden opnemen.”
“Goedemorgen. U hebt het snelkasformulier ingevuld? Fijn, dan gaan we eens kijken. (tik, tik, tik, ratel). Ja hoor, dat kan er wel vanaf. (tik, tik, ratel, ratel)”
Neemt u mij niet kwalijk, wat bedoelt u met “dat kan er wel vanaf?”
“Van uw saldo. Er staat genoeg op, dus die tweehonderd gulden kunt u eraf halen.” “O fijn. Maar hoe bepaalt u dat dan, als ik vragen mag? “
“Vragen staat vrij, meneer De Bie. Kijk, ik tik uw nummer in en de computer geeft dan aan of uw saldo toereikend is. Heerlijk weertje, hè?”
“Ja, ja. Even hoor. U wilt toch niet beweren dat op dat schermpje vóór u af te lezen valt hoeveel er op mijn rekening staat?”
“Dat is juist, inderdaad hebt u dat goed begrepen, ja.”
“Er staat dus niet HET SALDO VAN DE BIE IS TOEREIKEND of zoiets, maar u kunt het volle bedrag aflezen?”
“Nou, volle, volle, dat valt tegen, meneer De Bie. Ha, ha. Sorry, grapje.”
‘Dat vind ik helemaal niet grappig, dat u dat weet, over hoeveel geld ik beschik.”
“Dat spijt mij zeer. Ik kan daar echt helemaal niets aan doen, het staat er gewoon.”
“Niets aan doen, niets aandoen. U leest toch gewoon mijn saldo? Als u dat kan lezen, kan iedereen dat lezen.”
“Nou, zo erg zal het toch ook wel niet zijn, meneer De Bie?”
“Toevallig vind ik dat wel erg, ja. Ik erger mij daar kapot aan, een inbreuk op mijn privacy, zou ik zo denken.”

Geef een reactie