“Als je gaat voor het resultaat, vergeet je hoe het uitgevoerd moet worden.”
Die uitspraak van Anky van Grunsven bleef jaren geleden aan mij kleven. Niet omdat ik zelf ooit op een paard heb gezeten, maar omdat haar inzicht precies verwoordde wat ik al zo vaak had ervaren: zodra het resultaat het doel wordt, raakt de uitvoering uit balans. Ze vertelde dat ze in het begin wél bezig was geweest met die gouden medaille, maar ontdekte dat hoe meer ze zich daarop richtte, hoe slechter ze ging presteren. Dat mechanisme herkende ik maar al te goed.
Op de middelbare school wilde ik koste wat het kost goede cijfers halen. Hoe harder ik leerde, hoe slechter het ging. Vooral Engels en Duits waren een drama. Mijn leraar Duits, een man met een merkwaardige vorm van humor, voorspelde zelfs dat ik het jaar erop gewoon weer bij hem in de klas zou zitten. En eerlijk gezegd: ik zag dat zelf ook gebeuren. Tot ik een rigoureus besluit nam. Ik stopte met leren. Terwijl klasgenoten zich tijdens de examenperiode op hun boeken stortten en valeriaan slikten tegen de stress, lag ik op het strand. Af en toe een potje beachvolleybal en vooral níet bezig zijn met die examens. Even helemaal niks.
En toen gebeurde het onwaarschijnlijke: ik haalde een 10 voor Engels én een 10 voor Duits. Mijn leraar kon er met zijn pet niet bij. Ik eigenlijk ook niet. Maar het was wel het moment waarop ik begreep dat mijn manier van werken anders moest. Sindsdien is het een soort leidraad geworden. Of ik nu een volleybalteam trainde, een project op mijn werk oppakte of zelf weer eens een studie begon: het ging mij nooit om het eindresultaat. Het gaat altijd om de weg ernaartoe. Als die weg goed was — goed genoeg — dan was het resultaat dat ook.
Als volleybalcoach was een NK‑finale nooit een doel. We bereidden ons goed voor, de spelers wisten wat ze moesten doen, en dat was genoeg. Tijdens toernooidagen nam ik een voetbal of frisbee mee, zodat ze tussen wedstrijden door even met iets anders bezig konden zijn. De druk moest van de ketel. Het werkte. In twintig jaar stond ik met zestien verschillende teams in zestien NK‑finales.
Het is een patroon dat ik overal zie: zodra het resultaat een doel op zich wordt, lijdt de uitvoering. Mensen verkrampen, teams verliezen hun creativiteit, organisaties raken hun focus kwijt. Maar wanneer de weg ernaartoe centraal staat, de voorbereiding, de aandacht, de rust, de kwaliteit van handelen; volgt het resultaat bijna vanzelf. Ik heb het geleerd op het strand, tijdens mijn examens, met zand tussen mijn tenen en een hoofd dat eindelijk leeg was: wie zich blindstaart op de uitkomst, verliest de weg. Wie de weg koestert, vindt de uitkomst.

Geef een reactie