Op datzelfde moment begon de grond onder zijn voeten te trillen, stinkende rook kwam uit de aarde omhoog. Elias voelde een koude zweetdruppel langs zijn slaap glijden terwijl hij zich afvroeg of hij moest vluchten, maar waar kan hij heen? Hij sprong op en rende weg van de rand van het plateau. Koortsachtig keek hij om zich heen, zoekend naar een uitweg.
Gele, stinkende walmen kwamen omhoog uit steeds bredere scheuren in de rotsbodem. Elias voelde zich licht in het hoofd. Hij haalde diep adem, onbewust van de gevaarlijke gassen. De wereld om hem leek te vervagen, hij wankelde. Net toen de duisternis hem dreigde te overspoelen, voelde Elias een hand op zijn schouder. Een vage, mistige gedaante stond naast hem. Elias werd met zachte dwang vooruit geduwd, richting de rand van het plateau. Hij voelde zich slap in zijn benen, was misselijk en kon geen weerstand bieden aan wat er met hem gebeurde.
Minuten leken uren, maar plots voelde Elias geen grond meer onder zijn rechtervoet. Hij was bij de rand van het plateau gekomen. De hand pakte hem nu stevig vast bij de kraag van zijn jas. Voorzichtig werd hij verder geduwd. Elias probeerde of hij ergens weer grond kon voelen.
“Zet je voet naar voren, anders gebeuren ongelukken!” hoorde hij een zachte stem achter hem zeggen. Elias werd verder over de rand geduwd en vond iets lager weer vaste grond. De lucht begon ook iets te klaren. Voor hem liep een brede trap naar beneden. Elias hield even in en draaide zijn hoofd om te zien wie hem geholpen had. Achter hem stond de vrouw die hij, de dag dat hij van huis was vetrokken had ontmoet. Ze duwde hem verder de trap af. Boven hen zag hij het plateau dat geheel in brand leek te staan.
“Treuzel niet, loop door, het is veelte gevaarlijk hier!” Elias deed wat hem gezegd werd en zonder iets te zeggen liepen ze de trap af.
Elias voelde de grond onder zijn voeten trillen terwijl hij de steile helling van de vuurberg afdaalde. De zon hing laag aan de horizon en kleurde de lucht in een prachtig palet van oranje en roze. Een zachte bries streek langs zijn gezicht, maar die was al snel verdwenen in de opkomende warmte.
Plotseling voelde ze een schok, de grond beefde onder hun voeten en Elias greep naar een nabije rots om zijn evenwicht te bewaren. Hij staarde verbijsterd naar de rook die boven hen met kracht uit de aarde omhoog spoot. Een oranje gloed flakkerde in de donkere wolken. Rood magma stroomde over de rand.
Paniek greep hen bij de keel. Ze wisten dat ze snel moesten handelen. Met bonzend hart begonnen ze sneller naar beneden te rennen, wetende dat het een race tegen de klok was. De grond trilde nu zo hevig dat het leek alsof de berg zou exploderen. Elias’ ademhaling werd zwaar, maar hij bleef zich vastklampen aan de hoop dat hij het dal zou bereiken voordat de situatie onbeheersbaar werd. Plotseling werd de lucht gevuld met een oorverdovend geluid. De aarde scheurde open en een machtige fontein van vurige lava spoot omhoog, verlicht door de laatste stralen van de ondergaande zon. Ze voelde de hitte op hun gezicht. Elias wist dat hij geen tijd meer had om te twijfelen. Met elke vezel in zijn lichaam rende hij verder, omlaag naar het veilige dal. Hij haalde moeizaam adem, zijn spieren waren uitgeput, maar hij gaf niet op. De grond trilde onder zijn voeten, en overal om hen heen stroomde het vuur. Met een laatste sprint stortte ze zichzelf het veilige dal in, weg van de vernietigende kracht die achter hem losbarstte.
Hijgend en uitgeput keken ze omhoog naar de berg, nu een torenhoge inferno van chaos. Elias hart bonsde in zijn keel, ze hadden het overleefd.

Laat een reactie achter bij GeesjeReactie annuleren