Tijdens onze reis door Zweden reisden wij door Värmland. Ons eerste verblijf lag in de provincie Dalarna. Toch was Värmland een bezoek meer dan waard. Tijdens een eerdere vakantie hadden wij enkele dagen, dichtbij de grens met Noorwegen, gebivakkeerd in een blokhut langs de Klävern. Hoewel je het niet direct zou zeggen, stroomde deze rivier dusdanig snel dat raften een ware uitdaging kon zijn. Ook was het mogelijk om je eigen vlot te bouwen en met dit bouwwerk de rivier af te zakken. Wij hadden destijds met een Canadese kano de rivier getrotseerd, een activiteit die stroomafwaarts fantastisch was, maar terug echt een uitdaging bleek te zijn.
Een ander avontuur dat je, als je in Värmland verbleef, eigenlijk niet mocht missen, was het spoorfietsen. In het noorden van Värmland ligt het plaatsje Hagfors. Diep in de vorige eeuw lag Hagfors aan de spoorlijn die liep van Skoghall in het zuiden naar Nordmark. Het treinverkeer lag al ver achter ons en grote delen van het traject waren gesloopt. Tussen Hagfors en Uddeholm was een stuk bewaard gebleven en werd tegenwoordig gebruikt voor railfietsen. Op een lorrie fietste je door de natuur.
Out of order
Toen ik ’s ochtends wakker werd, was er al behoorlijk wat bedrijvigheid op de veranda; de rubberboot werd opgeblazen. Beneden in het park lag een prachtig meer en een boot die al menig Frans meer had doorkruist, moest natuurlijk ook in de Zweedse wateren worden gebruikt. De zwemvesten in de survivalshop op het park bleken gratis. Safety first. Na het ontbijt werd de boot naar het meer gedragen. Ondertussen liep ik nog eens naar de receptie. Wij hadden in een deel van het huis nog steeds geen stroom en hoewel min of meer overbodig, deed de telefoon het ook nog niet. Ook bleek gisterenavond dat na ieder toiletbezoek het water aan de andere kant van de pot wegliep. In mijn steenkolen Engels-Noors probeerde ik uit te leggen wat er allemaal loos was. Alles was bekend; het water onder de toiletpot was condens en tack voor het melden. Ik probeerde, nu ik er toch was, de internetzuil in de hal, om toch te proberen de adressen en postcodes op te zoeken van al die mensen die wij een kaartje wilden sturen. Ook het internet bleek eruit te liggen. De onweersbui had een grote impact.
Later die dag deden wij wat boodschappen in Frederiksberg. Wat ons direct opviel, waren de ruime openingstijden. Het was iedere zondag koopzondag en niet alleen ’s middags. Opvallend was ook het assortiment, zeer divers. Van alles wel wat, maar dan ook van alles niet zó veel. Pinnen was mogelijk bij de Coöp, maar nu even niet. Misschien ook het gevolg van het onweer? Nadat ik de boodschappen had opgeruimd, ging ook ik naar het strand. De voertaal was Nederlands. De rubberboot leek lek; één vaartocht over het Säfsensjön was fataal.
Net op het moment dat wij terug naar het huisje wilden lopen, kwam er een groep piraten aan gemarcheerd: de Säfsen-pirat-kids. Ze enterden een motorboot, hesen hun piratenvlag en voeren het meer op. Op weg naar Taka-Tuku eiland, vermoedde ik.
’s Avonds wandelden we andermaal over het Naturstig. Het pad was nu een heel stuk droger dan gisteren. De kikkers waren er nog steeds; opvallend was dat wij ze alleen zagen op de droge stukken van het pad. Vlak voordat wij bij de huisjes terug waren, had het natuurpad nog een mooie verrassing. De verrassing was cultuurhistorisch van aard. Naast het houten kerkje van Säfsen stond een prachtige houten klokkentoren uit 1792. Die avond hadden we weer overal stroom, alleen de TV en de telefoon bleven ‘out of order’.
.

Geef een reactie