Een activiteit die vaak onderschat wordt, maar die mijn kwaliteit van leven daadwerkelijk heeft verbeterd, is slapen. Een goede nachtrust is, vind ik, cruciaal voor mijn kwaliteit van leven. Voorheen was mijn werk het allerbelangrijkste. Ik werkte destijds in Den Haag en reisde elke dag met het openbaar vervoer naar mijn werk. Elke dag ging mijn wekker om half vijf, en elke avond was ik rond zeven uur thuis. Als ik pech had, of wat ik toen nog als geluk beschouwde, en ’s avonds een vergadering of een training had, was ik pas rond middernacht thuis. Het waren lange dagen en daardoor ook korte nachten, wat niet bepaald goed was voor mijn gezondheid.
Een week voordat in ons land alle seinen op rood gingen en de zorg werd afgeschaald, belandde ik in het ziekenhuis. Ik bleek diabetes type 2 te hebben. Ik bewoog te weinig, at ongezond en sliep slecht, wat mijn gezondheid geen goed deed, vooral niet mijn bloedsuikerwaarden. Hoewel ik er in eerste instantie veel moeite mee had, was de bedrijfsarts van mening dat het dagelijks reizen naar mijn werk in Den Haag, gezien mijn diabetes, mijn leeftijd en de coronacrisis, niet verstandig was. Hoe meer ik me hierover opwond, hoe slechter dat weer was voor mijn gezondheid. Ik moest, en dat is een terugkerend aandachtspunt voor mij, leren loslaten.
Inmiddels zijn we al een tijd voorbij de coronacrisis, al weet ik dat sommige oud-collega’s, als gevolg van long COVID, er nog middenin zitten. Tegenwoordig werk ik heerlijk dicht bij huis. Gisteren vertelde ik nog aan een nieuwe collega dat ik gewoon lopend naar mijn werk ga. Voor locatiebezoeken neem ik de fiets. En slapen? Ik ben op tijd thuis en heb meer tijd voor andere dingen die misschien wel belangrijker zijn dan mijn werk, en zeker belangrijker zijn voor mijn gezondheid. Joop Zoetemelk zei ooit “De Tour de France win je in bed”. Hij had gelijk. Gewoon weer een normale nachtrust heeft mijn gezondheid en mijn kwaliteit van leven enorm verbeterd.

Geef een reactie