Plotseling was het stil. Mika kon zijn ademhaling bijna horen, terwijl de contouren om hem heen langzaam pulserend licht zonden. De vreemdeling bewoog nauwelijks, zijn ogen gefixeerd op het apparaat dat nu ook een zwakke gloed afgaf.
De vreemdeling verbrak de stilte. “Deze echo’s zoeken hun oorsprong. Ze willen herstellen wat ooit verbroken is.” Zijn stem klonk vreemd, amper menselijk, eerder resonant, alsof hij uit twee werelden tegelijk sprak. Mika besefte dat hij zich niet alleen in tijd, maar mogelijk in een andere bewustzijnslaag bevond waar werkelijkheid en herinnering samenvielen.
Plots schoten de controuren voorover, hun mantels golvend als zwarte wolken. In de gebroken reflecties zag Mika vormen die flitsten tussen mens en schaduw, armen die eindigden in facetten in plaats van vingers. Zijn hart bonsde, en een koortsige gedachte drong zich op: waren dit de gespleten zielen van hen die de eerste schakel hadden voltooid?
Het apparaat begon opnieuw te zoemen, een pulserende toon die door zijn ribbenkast trilde. “Houd je hart open,” instrueerde de vreemdeling, terwijl hij Mika zacht op zijn borst klopte. “Hun echo’s beantwoorden geen angst.” Mika sloot zijn ogen en richtte zich op de pulserende resonantie, alsof hij stem gaf aan iets dat al sinds het begin van de tijd had gewacht om gehoord te worden.
Met een schok voelde hij de energie door zijn aderen stromen. De schaduwen stopten abrupt en richtten zich één voor één op hem. In die fractie van een seconde leek de wereld stil te staan, vloeiden hun contouren samen tot één lange, vloeiende omvang, en een woord vormde zich in de duisternis: “Herinner.”
Mika opende zijn ogen en stond oog in oog met, ja met wat? Het wezen boog lichtjes, het leek een gebaar van toenadering. Het was nu aan hem.

Laat een reactie achter bij bertjensReactie annuleren