Alweer een maand voorbij. Nog even en dan is het Sinterklaas en op het werk worden als Kerstliedjes gedraaid. De tijd vliegt. Af en toe ben ik het even kwijt. Wanneer komen de Paaseitjes? Niets is wat het lijkt. Ik heb, voor de verandering maar weer eens drie woorden geprikt. Dit keer zijn het de woorden Parkeerplaats, Tekens en Speer geworden. Wie kan daar een leuk verhaaltje van maken?
Tijdloos
Het was een grauwe maandagmiddag. Max z’n dag eindigde zoals eigenlijk vaak de laatste tijd: moe en verlangend naar huis. De parkeerplaats bij zijn werk was nagenoeg leeg toen hij zijn oude, grijze Volvo naderde. Zijn hart zonk onmiddellijk in zijn schoenen toen hij de schade opmerkte. De autoruit aan de linkerkant, net achter de bestuurdersstoel, was ingeslagen. Maar tot zijn verbazing was de ruit haastig, op een provisorische manier gerepareerd. Het glas was vervangen door landbouwplastic dat vastzat met tape, alsof iemand haast had gehad na het vernielen van zijn auto. Max voelde zijn hart sneller kloppen toen hij de achterklep opende en ontdekte dat zijn laptop verdwenen was. Zijn werk, foto’s, en persoonlijke bestanden, alles was weg. Maar iets anders trok zijn aandacht: een klein object, dat op de achterbank was achtergelaten. Het leek op een tablet, maar in plaats van een scherm was het een vierkante metalen plaat, bedekt met vreemde tekens die hij niet herkende. Aan de hoeken zaten vier kleine wieltjes die vrij konden draaien, en in het midden bevond zich een groter wiel met een kleine speer die door het centrum stak. Max was geen man van mysteries, maar dit vreemde object maakte hem nieuwsgierig. Voorzichtig pakte hij het metalen tablet op en begon met zijn vingers aan de kleine wieltjes te draaien. Plotseling voelde hij een vreemde tinteling in zijn handen, gevolgd door een dikke mist die om hem heen opsteeg. Hij kon niets meer zien en verloor al snel elk besef van tijd en ruimte. Hij ademde de lucht in, verstikkend en koud. Toen de mist eindelijk optrok, bevond Max zich niet meer op de parkeerplaats.
In plaats daarvan stond hij midden in een kleine, stoffige cel. De muren waren grof en vochtig, gemaakt van oude stenen, in de hoek brandde een zwak vlammetje, amper genoeg om het met spinnenwebben bedekte plafond te verlichten. Max keek om zich heen en voelde paniek opkomen. Dit kon niet echt zijn.

Geef een reactie